In gesprek met Tineke

Thema: Diversiteit

Tineke Maas is directeur van de Goudse Schouwburg en Cinema Gouda. In dit interview vertelt zij hoe inclusie en diversiteit de afgelopen jaren een steeds centralere plek hebben gekregen binnen de organisatie. Ze gaat in op de keuzes in de programmering, de samenwerkingen in de stad en de manier waarop inclusie onderdeel is geworden van de identiteit van de schouwburg.

Foto: Wendy van Bree Fotografie

Inclusie is een belangrijk thema voor de Goudse Schouwburg. Hoe is dit binnen jullie organisatie sterk gaan leven?

Inclusie en diversiteit hebben al jaren onze aandacht, maar na covid is het onderwerp nadrukkelijker op de voorgrond gekomen. De vraag is steeds: waar begin je en hoe zorg je dat iedereen in de organisatie doordrongen is van het belang van gelijkwaardigheid in samenwerking? We hebben daarvoor een interne werkgroep ingericht. Daarnaast hebben de komst van een collega in een rolstoel en de samenwerking met een programmamaker met NAH (niet-aangeboren hersenletsel) ons perspectief verdiept. Dat laat je op een andere manier naar dingen kijken.

Jullie worden genoemd als voorbeeld in inclusieve programmering. Hoe geven jullie daar concreet invulling aan?

We programmeren de laatste jaren bewust inclusiever. Dat betekent dat we gerichter zoeken naar niet-regulier aanbod bij impresariaten en kritisch kijken naar wat aansluit bij verschillende groepen in Gouda. We hebben het aandeel bi-culturele makers vergroot en voeren gesprekken met makers over het bereiken van het juiste publiek.
Met de aanstelling van programmamaker inclusie en diversiteit Romijn Conen, zelf ervaringsdeskundige op het gebied van NAH, zijn veel nieuwe contacten in de stad gelegd met diverse organisaties en met mensen met diverse beperkingen. Dat heeft onder meer geleid tot samenwerking met Theaterwerkplaats Hersenkronkels, waarmee we werken aan een toneelgroep voor mensen met NAH in Gouda.
We zien dit overigens gewoon als vast onderdeel van onze reguliere programmering. Voor al onze bezoekers, niet alleen voor een specifieke doelgroep.

Zijn er aanpassingen of extra investeringen nodig om dit mogelijk te maken, bijvoorbeeld organisatorisch of financieel?

Er zijn een aantal zaken belangrijk. Ten eerste flexibiliteit vanuit de organisatie om op een andere manier te werken, soms door intensievere betrokkenheid bij het productieproces, soms door geduld en bereidheid van vaste patronen af te wijken.
En het vergt een structurele investering in tijd/uren en daardoor dus ook financiën.

Inclusie gaat uiteraard breder dan disability. Op welke andere vormen zetten jullie actief in?

We werken met twee programmamakers die actief contacten leggen in de stad en de vraag ophalen bij verschillende doelgroepen. Van daaruit ontstaan projecten rondom maatschappelijke thema’s. Soms eenmalig, soms structureel.
Voorbeelden uit de afgelopen jaren zijn:

  • een jaarlijks jongerenproject met het buurtwerk voor jongeren die niet vanzelfsprekend met kunst en cultuur in aanraking komen;
  • een dansproject voor eenzame ouderen;
  • een Iftar in samenwerking met de Turkse gemeenschap;
  • een project rond femicide met Orange the World en de Dollemina’s Gouda;
  • programmering van Marokkaanse makers met aangepast horeca-aanbod, met als doel een gemengd publiek te bereiken;
  • samenwerking met het AZC bij Festival De Verwondering.

Daarnaast hanteren we ‘Doneer een ticket’, waarbij donaties worden omgezet in kaarten voor mensen in armoede. In samenwerking met wijkcentra, de voedselbank en het AZC bereiken we zo jaarlijks 500 tot 1000 mensen. Ook zijn we aangesloten bij Hidden Disability Sunflower.
Veel van deze initiatieven zijn bedoeld voor mensen die zich eerder niet herkenden in onze programmering of de schouwburg als een gesloten bolwerk zagen.

Met wie werken jullie hierin samen en wat levert dat op?

We werken samen met diverse maatschappelijke organisaties, sleutelfiguren uit onder meer de Marokkaanse en Turkse gemeenschap, de internationale schakelklas, het AZC en buurthuizen in de wijken.
We proberen nadrukkelijk vraaggestuurd te werken: niet ons idee is leidend, maar de wens en behoefte van de doelgroep. Dat levert duurzame relaties op en maakt de programmering relevanter en beter ingebed in de stad.

Wat zijn belangrijke leerpunten geweest in dit proces?

Het belangrijkste is: niet werken vanuit je eigen denkbeelden, maar echt openstaan voor de behoeften van anderen. De hele organisatie moet doordrongen zijn van het belang hiervan. Dat vraagt tijd, aandacht en ruimte voor gesprek.
Daarnaast kost deze manier van werken tijd en kan het niet ‘erbij’ worden gedaan. Wij zien inclusie niet als een apart programmaonderdeel, maar als regulier onderdeel van onze identiteit. Dat betekent structureel investeren in relaties, actief de dialoog blijven zoeken en mensen soms letterlijk onderdeel maken van je organisatie.

Meer inspiratie