1. Definities
Arbeidstijd: De tussen werkgever en werknemer overeengekomen tijd, gedurende welke de werknemer arbeid verricht.
Dienst: Een aaneengesloten tijdruimte waarin arbeid wordt verricht en die gelegen is tussen twee door de wet voorgeschreven rusttijden.
Eigen huishouding: Het bewonen van woonruimte bestaande uit ten minste twee vertrekken met een eigen inboedel/stoffering en keukenuitrusting.
Eindtijd: Het verwachte einde van de ingeplande werkzaamheden.
Evenement gebonden Functie: Een functie waarvan de werkzaamheden merendeel in directe relatie staan met de uitvoeringen van culturele en andere evenementen, die in of vanuit de accommodaties van de werkgever plaatsvinden.
Gebroken dienst: Een dienst welke wordt onderbroken gedurende 3 uur of meer.
Hoofdstandplaats: De plaats van tewerkstelling van de of indien sprake is van meer plaatsen van tewerkstelling de standplaats die door de werkgever als hoofdstandplaats wordt aangewezen.
Jaarsalaris: Het maandsalaris x 12.
Maandsalaris: Het met inachtneming van de in het kader van deze cao toepasselijke salarisregeling, tussen werkgever en werknemer overeengekomen bruto maandloon, exclusief vakantietoeslag, exclusief eindejaarsuitkering en exclusief vergoedingen en/of toeslagen.
Partner: Een persoon met wie de werknemer een geregistreerde relatie heeft en met wie hij een gemeenschappelijke huishouding voert.
Regiedienst: Het tijdens openingstijden van het theater verantwoordelijk zijn voor begeleiding en uitvoering van voorstellingen/evenementen en opvang van bespelers, publiek en huurders resp. evenementorganisatoren.
Seizoen: Een seizoen omvat de periode van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgend jaar. Tenzij op basis van artikel 9 lid 6 de periode 1 januari tot en met 31 december wordt gekozen.
Stageplaats: Een oefenplaats voor een binnen de podiuminstelling bestaande functie in het kader van een opleiding. Een algemene maatschappelijke stage of een snuffelstage wordt niet als een stage in deze zin beschouwd.
Stagiaire: Degene die op basis van een stageovereenkomst praktijkervaring opdoet bij een werkgever:
- in het kader van de beroeps opleidende leerweg (BOL) of
- in het kader van praktijkvorming zoals bedoeld in de Wet op Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW).
Uurloon: Het uurloon bedraagt 1/156,54 x het overeengekomen bruto maandsalaris.
Weekend: Een weekend begint op zaterdagochtend 06.00 uur en duurt tot maandagochtend 06.00 uur.
Werkdag: Een werkdag begint op 06.00 uur en eindigt 24 uur later.
Werkgever: Elke in Nederland gevestigde privaatrechtelijke rechtspersoon die lid is van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties in Nederland en aangesloten is bij de Kring Werkgeverszaken. De ledenlijst is te raadplegen op de website van de Kring Werkgeverzaken, www.vscd.nl/werkgeverszaken/cao-nederlandse-podia.
Werknemer: Degene die een arbeidsovereenkomst met de Werkgever heeft gesloten, uitgezonderd de eindverantwoordelijke directeur.
2. Werkingsfeer
1. Deze cao is van toepassing op private instellingen, die lid zijn van de Vereniging Schouwburg- en Concertgebouwdirecties en aangesloten zijn bij de Kring Werkgeverszaken.
2. De cao is van toepassing op alle werknemers die met de werkgever een dienstverband zijn aangegaan.
3. a. Deze cao heeft een minimum karakter. Afwijken ten gunste van de werknemer van hetgeen is bepaald in deze cao is toegestaan. Hierop is uitgezonderd lid 3b.
b. Als gevolg van het onvoldoende verkrijgen van subsidies van de subsidieverlener voor het jaar 2026, waardoor de bedrijfscontinuïteit in gevaar komt en ontslagen niet te voorkomen zijn, is het de werkgever toegestaan om van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 af te wijken van deze cao ten nadele van de volgende onderwerpen:
- werktijden
- roostersystematiek
- bevriezen van periodieke loonstijging
- fasering uitbetaling van de jaarlijkse vakantie en eindejaarstoeslag
- toekenning bovenwettelijke verlofdagen
Deze aanpassingen mogen worden doorgevoerd na overeenstemming met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging en sociale partners bij deze cao. De werkgever dient in ieder geval een formatieplaatsingsplan voor te leggen, waaruit blijkt dat de aanpassingen bijdragen aan de bedrijfscontinuïteit en ontslagen kunnen worden voorkomen of verminderd. Werkgever en ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging leggen na overeenstemming dit plan ter goedkeuring voor aan sociale partners. De afwijkingen zijn beperkt tot een periode van maximaal 12 maanden, uiterlijk tot juli 2027.
c. Indien een werknemer een beroep moet doen op sociale zekerheid, ziekte, pensioen en/of een UWV- uitkering, dan geldt voor de dan te bepalen referteperiode dat wordt uitgegaan van deze cao als ware de afwijking(en) als gevolg van lid 3b niet doorgevoerd.
4. De opgenomen bijlagen zijn onderdeel van deze cao.
5. Alle rechten voortvloeiend uit bepalingen van eerdere collectieve arbeidsovereenkomsten komen met de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst te vervallen. In plaats daarvan gelden de rechten voortvloeiend uit de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst. In het geval dat de aanspraken, rechten en plichten uit eerdere collectieve arbeidsovereenkomsten in deze cao zijn gewijzigd, dan geldt dat er slechts een recht bestaat op de nieuwe gewijzigde bepalingen en er geen doorlopend en of cumulatief recht bestaat op de oude bepaling.
3. Looptijd van CAO
1. Deze cao is aangegaan voor de periode van 1 april 2025 tot en met 31 december 2026.
2. De cao eindigt van rechtswege, derhalve zonder dat opzegging vereist is. Indien na afloop van de cao nog geen nieuwe cao is afgesloten blijft de geëxpireerde cao van kracht tot een nieuwe cao is afgesloten.
3. Indien partijen tussentijds overeenstemming bereiken over wijzigingen in deze cao kan deze cao worden aangepast.
4. Personeelsplan
1. De werkgever stelt in overleg met de ondernemingsraad/ personeelsvertegenwoordiging (OR/PVT) of bij ontbreken van een van beide, met een delegatie van werknemers een personeelsplan voor de instelling vast, waarin het aanstellingsbeleid van de instelling is opgenomen. Het plan wordt vastgesteld voor een periode van ten minste één volledig seizoen.
2. Het personeelsplan omvat ten minste:
- de gebruikte contractvormen;
- een organigram van de werkorganisatie;
- de functies en hun omvang in fte’s;
- de functies waarvoor regulier een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt afgesloten;
- het te voeren beleid inzake aanstellingen;
- het te voeren beleid inzake doorstroming intern.
3. Tussentijdse wijzigingen op het personeelsplan worden uitsluitend in die gevallen waarin de WOR dit voorschrijft, door de directie bij de OR/PVT aan de orde gesteld.
4. De werkgever zal, bij het ontstaan van vacatures, eigen werknemers in de gelegenheid stellen te solliciteren door hen tijdig te informeren.
5. Stageplaatsen
1. Instellingen met meer dan vijftig werknemers (op fulltime basis gemeten) bieden jaarlijks ten minste twee stageplaatsen aan. Instellingen met vijftig of minder werknemers bieden één stageplaats aan.
2. De stagevergoeding bedraagt minimaal € 375,- /maand bij een werkweek van 36 uur. Een voor 2024 bestaande stagevergoedingsregeling, overeengekomen met stagiaires en/of ondernemingsraad/personeelsvertegenwoordiging vervalt, tenzij deze positief afwijkt.
3. De werkgever maakt met de OR/PVT afspraken over vergoedingen aan stagiaires.