e. Verlof

38. Vakantie

  1. Het vakantiejaar loopt gelijk aan de periode van een seizoen, artikel 9 lid 6.
  2. De werknemer verwerft over ieder seizoen waarin hij werkzaam is, aanspraak op doorbetaalde vakantie van 180 uur naar rato dienstverband. De werknemer met een aantoonbaar arbeidsverleden binnen de culturele sector, waaronder verstaan wordt: (pop)podia, theater- en dansgezelschappen, musea, bibliotheken en centra voor cultuureducatie van ten minste 20 jaar heeft daarnaast recht op meer vakantie-uren, te weten:
    - 20 t/m 24 dienstjaren: 7,2 uur;
    - 25 t/m 29 dienstjaren: 14,4 uur;
    - 30 t/m 34 dienstjaren: 21,6 uur;
    - 35 dienstjaren en meer: 28,8 uur.
    De verlofrechten die voor 2021 zijn toegekend, worden bevroren en nemen slechts toe op basis van dit artikel. Het recht op deze uren is naar rato van het dienstverband en ontstaat in het seizoen waarin de werknemer het betreffende aantal dienstjaren bereikt.
  3. De werknemer verwerft bij het overschrijden van het aantal arbeidsuren op jaarbasis per seizoen, artikel 9 lid 8, een vakantieaanspraak van 0,096 uur per gewerkt meer-uur, indien is afgesproken dat de werknemer kiest voor uitbetaling in plaats van vrije tijd.
  4. De werknemer kan extra vakantiedagen kopen uit zijn looninkomsten en/of de extra uren volgens artikel 9 lid 7. De werknemer kan zijn bovenwettelijke vakantiedagen, artikel 38 lid 2 verkopen. (Ver)koop van vakantiedagen is alleen mogelijk binnen de daarvoor fiscaal geldende regels.

39. Vaststelling vakantie

  1. Met instemming van de OR/PVT stelt de werkgever vast in welke periode (groepen) werknemers hun aaneengesloten vakantie van minimaal twee weken dienen op te nemen.
  2. De werkgever kan uiterlijk in januari van het betreffende jaar een collectieve aaneengesloten vakantieperiode van maximaal 4 weken vaststellen. Indien aanwezig is hiertoe de instemming van de OR/PVT vereist.
  3. De werknemer dient in de gelegenheid gesteld te worden per vakantiejaar ten minste twee weken aaneengesloten vakantie op te nemen.
  4. De werkgever kan per vakantiejaar 21,6 uur (drie dagen) van het aantal toe te kennen vakantie-uren per werknemer aanwijzen als verplichte vakantie-uren.
  5. Tijdig voor het einde van het dienstverband, te weten uiterlijk aan het begin van de opzegtermijn, bepaalt de werkgever na overleg met de werknemer, of de nog resterende vakantie-uren door werknemer zullen worden opgenomen dan wel aan hem zullen worden uitbetaald.
  6. De werknemer die werkt op basis van een rooster dient vakantie-uren aan te vragen uiterlijk twee dagen en vier weken vóór het rooster in gaat.
  7. De werknemer dient aanvragen voor vakantie schriftelijk aan de werkgever te richten. Afwijzingen van verzoeken door de werkgever worden schriftelijk gemotiveerd vastgelegd binnen twee weken.
  8. Vakantierechten in enig vakantiejaar opgebouwd dienen zoveel mogelijk in het vakantiejaar te worden genoten/opgenomen. De aanspraak op het wettelijk vastgestelde minimumaantal vakantiedagen per jaar vervalt zes maanden na afloop van het kalenderjaar, waarin de aanspraak is verworven, tenzij de werknemer tot aan dat tijdstip redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen. De werkgever draagt er zorg voor dat werknemers deze wettelijke vakantiedagen kunnen opnemen binnen deze vervaltermijn.

40. Bijzonder verlof

  1. De werkgever zal de werknemer in de navolgende bijzondere omstandigheden bijzonder verlof met loondoorbetaling toekennen, indien de werknemer op de dag van de gebeurtenis zou werken, waarbij de duur van het korte verzuim gemaximeerd is en uitgedrukt wordt in de met de werknemer overeengekomen gemiddelde arbeidsduur per dag:
    - voor het overlijden en de crematie/begrafenis van een van de gezinsleden, of een persoon voor wie de werknemer de zorgplicht vervult, dan wel voor wie hij de nalatenschap moet regelen: de dag van overlijden tot en met de dag na de crematie of begrafenis;
    - voor de crematie/begrafenis van ouder, grootouder, kleinkind, schoonouder, broer, zuster, zwager, schoonzuster of huisgenoot: 1 dag;
    - voor ondertrouw van de werknemer 1 dag;
    - voor het huwelijk of de partnerregistratie van de werknemer: 2 dagen;
    - voor het 25- of 40-jarig huwelijk of partnerregistratie van de werknemer: 2 dagen;
    - voor het huwelijk of de partnerregistratie van kind, kleinkind, ouder, schoonouder, broer, zuster, zwager of schoonzuster: 1 dag
    - voor een 25-, 40-, 50-, of 60-jarig huwelijk of partnerregistratie van (schoon)ouders: 1 dag;
    - voor het 25- of 40-jarig dienstjubileum: 1 dag;
    - voor verhuizing van de werknemer i.v.m. dienstbetrekking: 1 dag.
  2. De werknemer heeft recht op kort verzuim met behoud van loon voor de noodzakelijke tijd voor sollicitaties indien het dienstverband door de werkgever is opgezegd en de oproep wordt overgelegd.
  3. Indien de werknemer is aangesloten bij één van de vakorganisaties, partij bij deze cao, geldt dat -indien de voortgang van de werkzaamheden zich redelijkerwijs daartegen niet verzet- de werknemer in staat wordt gesteld om met behoud van salaris vergaderingen en studiebijeenkomsten bij te wonen voor zover de werknemer zitting heeft in het hoofdbestuur, de sectorraad, het vakgroepsbestuur, de bondsraad of het congres of in een door een van deze gremia ingestelde werkgroep of commissie.
  4. Voor zwangerschaps- en bevallingsverlof, kraamverlof, geboorteverlof, adoptieverlof, ouderschapsverlof , kort en langdurend zorgverlof en calamiteitenverlof zijn de bepalingen in de Wet Arbeid en Zorg van toepassing.